We namen de veerpont naar Messina op Sicilië en reden vandaaruit verder richting Passopisciaro, een klein gehucht aan de noordgrens van de Etna. Dreigend rees de vulkaan op achter de contouren van de huizen, die vlak langs de weg waren gebouwd. Ze hadden stuk voor stuk iets smoezeligs, met hun ooit keurig gestucte muren, waarvan de verf nu afbladderde en die vol vuile vlekken zaten.

Buiten die ene, lange weg leken er weinig andere wegen in het dorp te zijn, tot we het centrum bereikten. Daar vertakte de weg zich op een kruispunt. We hielden Randazzo aan en reden rechtdoor. Even later verlieten we het dorpje weer.
Aan de bestuurderskant glooide het landschap omhoog naar de Etna, terwijl het landschap aan de bijrijderskant afliep. Ver weg, aan de overkant van de vallei, kon ik een rug met nieuwe bergtoppen onderscheiden. Ze waren niet heel scherp zichtbaar doordat de lucht daar heiig was, maar ik kon wel verschillende kleuren begroeïng onderscheiden: donkergroen en geelgroenbruinig zoals verdord gras. Als een sierlijke plaid leek de aarde zich daarboven over de toppen te hebben gedrapeerd.

De auto draaide de weg af en reed een lange, kronkelende oprit op, die vrijwel meteen een scherpe bocht maakte in de richting waaruit we net waren gekomen. De weg voerde ons naar een plaatsje achter een groot gebouw, dat me vreemd genoeg meteen aan afleveringen van Zorro deed denken.
Het gebouw was hoog en er was geen baksteen zichtbaar door de stuclaag. De egale delen waren vuilig grijs, terwijl de pilaarachtige delen van de gevel een crèmekleurige tint hadden gekregen. Dat was vast even geleden, want inmiddels wolkten donkere vlekken viezigheid over het oppervlak. Het gebouw oogde als een landhuis, dat stiekem de filmset van de Mexicaanse held had verlaten om hier op Sicilië van zijn pensioen te genieten.

De eigenaresse van de retraite leidde ons over een smal zandweggetje dat zich uitstrekte tussen de wijngaarden door. Recht voor ons keek de Etna dreigend naar beneden. Ongeveer honderd meter van de receptie verwijderd stopten we bij een cottage met maar liefst drie appartementen. De grootste, nummer drie, besloeg de eerste helft van de cottage en bleek voor ons gereserveerd te zijn. Van buiten oogde de cottage eenvoudig, met een vervaagde, okerkleurige stuclaag op de kaarsrechte muren en op het rechthoekige gebouw rustte de suggestie van een puntdak, opgetrokken uit oranje pannen.

Tegenover de voordeur bevond zich een ouderwetse, uit lavasteen opgetrokken waterput, compleet met ijzeren emmer aan een ketting. Klaprozen en kamillie bloeiden er omheen. Het woordje retraite kreeg ineens meer lading in deze prachtige omgeving!



