We passeerden de Italiaanse grens. Toen we langs het Lago di Rèsia reden, viel het op dat de omliggende plaatsnamen allemaal eerder Duits dan Italiaans klonken: Reschen, Arlund, Graun im Vinschgau… Daaraan kon je echt merken dat dit het grensgebied was.

Bij Spondigna ging de weg over in de SS38 en bogen wij af naar het oosten, richting Bolzen-Bolzano. Ruim een uur later reden we de stad in en zochten een plekje waar we konden lunchen en de benen konden strekken. Vooral dat laatste was prettig; onze knieën knarsten nadat ze zo lang opgevouwen hadden gezeten in het piepautootje.
Toen we naar binnen stapten voor de lunch, hoorde ik mijn reisgenoot zinnetjes mompelen in schrikbarend slecht Italiaans, alsof hij aan het oefenen was om straks te bestellen. Ik keek grijnzend de andere kant op.
Een serveerster voegde zich bij ons en de ogen van mijn reisgenoot werden groot toen ze vroeg: ‘Kann ich Ihnen behilflich sein?’ Die Duitse plaatsnamen waren niet het enige grensverschijnsel hier!
