We kwamen ongeveer halverwege de middag aan in Schruns. Ons hotel telde vier verdiepingen en had een puntdak, witgepleisterde muren, houten luiken en diverse balkonnetjes van donker hout waar bakken met geraniums aan hingen. Het zag eruit alsof het nog geen spat veranderd was sinds de tijd van Hemmingway.

Ik besloot om een wandeling te maken. Een goede keuze, want wat een pittoresk plaatsje was dit! Er was een kleine fontein naast de kerk, die bovendien aan de buitenkant was versierd met een mooie schildering van een of andere heilige die ik niet kende. Links zag ik een typische Oostenrijkse kruidenapotheek met allerlei thee en natuurlijke pillen, maar toen ik even later langs de kerk liep met de uitgeprinte wandelinstructies in mijn hand viel me op dat er ook een moderne apotheek in het straatje zat. Oud en nieuw leek hier naast elkaar te kunnen bestaan, net zoals ik nu met mijn moderne gympen in de oude voetsporen van Hemmingway trad.

Ik liep een stukje langs de rivier waar Hemmingway ook geslenterd had, nam een kijkje in een oud café waar hij met vrienden had gegeten, en besloot zelf ook ergens een taartje te gaan eten… in mijn geval een punt Sachertorte, dan had ik voor de volgende tien dagen in ieder geval genoeg suiker gegeten. Het weer was nog steeds heerlijk en de vogels floten uitbundig in de bomen die overal rijkelijk groeiden. Het bergleven was heerlijk!

