Bij Sarre-Union nam mijn reisgenoot de afrit en stuurde de auto via de D8 naar het oosten. Al snel lieten we het stedelijk gebied achter ons en reden het groen in. Toen de weg kruiste met de D919, sloegen we af naar rechts.

De kronkelige autoweg door het groen was een verademing na alle kilometers grijze snelweg. We draaiden allebei ons raam naar beneden om frisse lucht in de auto te laten.
‘Ik zie hier dat er bijzondere grotwoningen te bekijken zijn bij Graufthal. Zullen we daar naartoe rijden en daar wat rondwandelen?’ stelde ik voor.
‘Navigeer me er maar naartoe,’ was het korte antwoord van mijn reisgenoot.
Via heel wat smallere en kronkeligere weggetjes reden we naar Graufthal, een pittoresk dorpje. De middeleeuwse kerk sprong onmiddelijk in het oog en verder zag het plaatsje eruit alsof er lukraak oude huisjes op een stuk land waren gestrooid. Een meter of zeven boven de rest van het dorp, tegen de steile rotswand aangesmeten, was een ketting van kleurrijke huisjes met oranje pannendaken. Het leek op een eilandje, ingekapseld in de wilde natuur. Zo gaaf!
